Recensie : Mijn hart heeft geen haast

Joris Vincken – Mijn hart heeft geen haast

Het boekje met de prachtige titel Mijn hart heeft geen haast beschrijft de zoektocht en nog veel meer het vinden van persoonlijk levensgeluk en vervulling. Joris Vincken had een succesvolle carrière als muzikant, maar besefte dat deze levenswijze hem niet vervulde. Bijna 10 jaar lang leefde hij in een spirituele gemeenschap tot hij zijn rust en levensvreugde vond op “de dag dat niets veranderde”. Dit boek is zijn ode aan het leven. Hij pretendeert niet de wijsheid voor iedereen in pacht te hebben, maar zegt juist dat elke ervaring uniek en heel persoonlijk is. Het is aan ons, we hebben de keuze, om bijvoorbeeld met het leven te vechten of juist te dansen.
Inzien dat we allemaal perfect zijn zoals we zijn Hij koestert de wens ons te laten inzien dat we allemaal helemaal perfect zijn zoals we zijn, en ons precies daar bevinden in ons leven, waar we ons moeten bevinden. In Mijn hart heeft geen haast deelt hij in prachtige bewoordingen zijn eigen ervaringen met dit thema, soms met een gedicht, soms met een kort verhaal. Altijd persoonlijk en in zijn taalgebruik is de muzikant terug te horen.
“Toch zeg ik je, blijf zoeken. Blijf je verwonderen. Kijk de wereld in vanuit niet weten, alsof je mij vandaag voor het eerst ziet, la hebben we elkaar duizend keer ontmoet. Het is niet mogelijk het leven te begrijpen. Het is niet mogelijk jezelf als mens, helemaal te kennen, daarvoor ben je veel te oneindig”.
Wat mij persoonlijk heel erg aansprak waren zijn woorden: “bewustwording is eerlijk durven zijn” – ik herken daar veel in en ik ervaar ze als onderdeel van mijn eigen zoek (of vind?)tocht naar levenswijsheid.
Mooi en inspiratievol  boekje om te lezen, als je tenminste van filosofische onderwerpen en mooi, poëtische teksten houdt. Een boekje wat ervoor zorgt dat je even vertraagt in het drukke leven van alledag, en je weer even verbindt met wat nou werkelijk voor jou belangrijk is. Ik heb het met plezier gelezen!

– Recensie: Monique van der Hoeven
– Oordeel: +++ (zeer goed)

zeg me, wei ben je amagda van der ende

Recensie : Zeg me, wie ben je. door Rozemarijn Ockhuysen

Zeg me, wie ben je. Magda van den Ende.

Als kind reeds vond ik de Bijbelse verhalen van bijvoorbeeld Ruth, Esther en Mirjam fascinerend. Hoewel ik niet begreep waar het echt om ging, ervoer ik wel iets van de mystiek en verwantschap met deze vrouwen. Maar kon daar natuurlijk geen woorden aan geven. Eenmaal volwassen kon ik weinig meer met deze oud- testam entische verhalen. En nu dan het boek van Magda van de Ende in handen gekregen waarin al deze verhalen weer op een nieuwe manier tot leven komen. De schoonheid wordt zichtbaar. Het is zeker geen boek om op een achternamiddag even uit te lezen. Het vraagt concentratie en niet alle begrippen zijn meteen even duidelijk. Maar al lezende komen de vrouwen tot leven en ging ik zeker iets van de mystiek en de diepe wijsheid die in deze verhalen verscholen ligt, begrijpen.

Jammer was dat ik niet doorhad dat in de appendix een inleiding in de kabbala stond. Het is handig om deze eerst te lezen om enige voorkennis te hebben. Daarna kun je de hoofdstukken in willekeurige volgorde lezen. En verder je gewoon maar mee laten voeren en een bijbel ernaast houden. Een boek om stil van te worden. Om te lezen en te herlezen.

Recensent: Rozemarijn Ockhuysen

als de bloesem valt cover_klein

Recensie : Als de bloesem valt

Als de bloesem valt / Liesbeth de Vos.

Marleens moeder was tijdens de Tweede Wereldoorlog in haar tienerjaren met haar familie opgesloten in een Jappenkamp in Nederlands-Oost-Indië. Marleen leert in haar jeugd te overleven met een afwezige vaderen een getraumatiseerde moeder die verslaafd raakte aan kalmeringsmiddelen en alcohol. Ze huwt op jonge leeftijd een Griek en krijgt samen met hem drie kinderen. Naarmate Marleens leeftijd vordert, begint ze vast te raken in zichzelf, krijgt ze paniekaanvallen en wordt doorverwezen voor therapie. Ze komt terecht bij een therapeute die de diagnose tweede generatie-oorlogsslachtoffers stelt, wat een begin van herstel inluidt.
Ze zal echter nog jaren moeten worstelen om uiteindelijk terecht te komen bij een therapeute met een adequate aanpak. Via korte impressies van 1 a 2 bladzijden beschrijft Marleen haar jeugd, de opvoeding van haar kinderen, de herinneringen aan haar moeder die sporadisch sprak over de oorlog en weinig tastbare herinneringen achterliet. Indringende zorgvuldig gekozen en emotionele passages, niet om achter elkaar door te lezen. De vele sprongen in de tijd, zorgen voor dynamiek. Herkenbaar voor mensen met eenzelfde diagnose.

Recensent: J.E. Meindertsma

inclusief alles titel

Recensie : Inclusief alles

Inclusief alles : leven zonder uitzondering / Joris Vincken

Wat doe je als je een succesvolle musicus bent en toch geen innerlijke vrede kunt vinden? Je gaat op zoek in de spirituele wereld en probeert van alles: gebed, meditatie, maar ook hier vind je het niet. Dan volgt een zware depressie en dan – na jaren – valt het kwartje: je bent goed zoals je bent, vanaf het begin een met God, verlicht. De auteur vindt vrede in het nu, het eeuwige moment; het leven omarmend, soms in blijdschap, soms in verdriet. In korte, op zichzelf staande verhaaltjes en gedichten deelt de schrijver zijn non-dualistische inzichten; een loflied op het leven en de ‘spelende mens’ in het licht van de vergankelijkheid. Door de eenvoud van de taal en de herkenbaarheid van de beschreven situaties voor een breed publiek toegankelijk. Troostrijk voor hen die net een zware tijd achter de rug hebben.
Eerder schreef hij: ‘Mijn hart heeft geen haast’
Recensent: Frans Gerritsen

Recensie : Ludger – Dirk Otten

Kritische biografie over de missionaris die de Friezen en Saksen bekeerde tot het christendom in de achtste/negende eeuw. Dit lijkt een simpel boek over de vroege Noord-Nederlandse kerkgeschiedenis maar schijn bedriegt. Want de auteur (1939) weet als gepromoveerd Duits taalkundige de vroege Saksische taal te duiden. Daarmee komt hij tot een totaal andere analyse van de hagiografische ‘vitae’ (heiligenlevens) van rond 1000 na Christus. Veel Nederlandse (met name rooms-katholieke) kerkhistorische handboeken moeten dan ook worden herschreven (bijvoorbeeld het standaardwerk van Post uit 1957, maar óók dat van Hamans uit 2014)! Want in het geval van Ludger (742-809) gaat het ten tijde van de achtste-/negende-eeuwse Franken en de Saksen niet om de missionaris, die tijdens het verrichten van genezingen de Friezen en Saksen bekeerde, of rond 854 de tiende bisschop zou zijn van Utrecht. Utrecht heeft ook niet Willibrord of Bonifatius als eerste en tweede bisschop gehad, maar als eerste sinds 777 Alberik! En Ludger was geen ‘ijzervreter’, maar een erudiete en stichtelijke man die graag in een kloosterlijke omgeving rond Utrecht verbleef. Met tegenzin werd hij de eerste bisschop van Münster (805-809)! Met illustraties in zwart-wit, een literatuuropgave en register.
Recensent: John van Wieringen

de appel is weer barstig

Recensie: De appel is weer barstig

Beide auteurs zijn actief als geestelijk verzorgers. Centraal in dit boek staat de stelling dat het thema schuld (opgevat als een besef van een existentieel tekortschieten) miskend wordt. Een besef van schuldig zijn, is in onze samenleving nog volop aanwezig, maar in handboeken voor hulpverleners zal men tevergeefs naar dit begrip zoeken. Dat heeft volgens de auteurs ook te maken met de dynamische aard, de verborgenheid en de complexiteit van schuld.
In dit boek worden niet alleen de verschillende culturele en existentiële dimensies van schuld belicht, maar wordt ook aangegeven hoe men met schuld en schuldgevoelens kan omgaan. De auteurs gebruiken hiervoor voorbeelden uit literatuur, film, muziek, mythologie en Bijbel.
Ofschoon levensbeschouwelijke aspecten een grote rol spelen in dit boek, zijn de auteurs ervan doordrongen dat de traditioneel religieuze kaders van schuldbelijdenis en biecht grotendeels achterhaald zijn. Een interessant, laagdrempelig geschreven boek dat gespreksstof biedt, niet alleen voor hulpverleners en geestelijk verzorgers, maar ook bijvoorbeeld in modern pastoraat.

Recensent: Dr. Taede A. Smedes

lout jonkers

Lout Jonkers

Lout Jonkers over het geheim van schepper en schepping

Godsdienst is een zaak van het hart

We doen het geheim van de schepping onrecht, wanneer we dat levende geheel slechts zien als een ingewikkelde machinerie, zonder ziel, zonder bestemming en zonder zin. Lout Jonkers is er heilig van overtuigd dat er erkenning nodig is van zin en bezieling van natuur en mensheid. Maar dat niet alleen: deze erkenning vraagt om een respectvolle plaats voor het menselijk bewustzijn in onze beleving van de steeds evoluerende eenheid van schepper en schepping.

Hoe heeft Lout Jonkers zijn werkzame leven doorgebracht?
“Ik was ooit wetenschappelijk medewerker aan de TU Delft en heb ondermeer bij het Ministerie van Onderwijs gewerkt in technologieontwikkeling. Op latere leeftijd ben ik met vreugde gezwicht voor de charme van religie. Alles leeft en beweegt voortdurend zinvol, niet alleen wij, maar… alles, ook gedachten, intenties, waarden. Mijn passie sinds die ontdekking is het verbinden van het menselijk bewustzijn met het Universele Bewustzijn van het geheim van de hele schepping dat mensen in alle religies God noemen.”

Waar haalt u de inspiratie vandaan als het gaat om de betekenis van het menselijk bewustzijn in het mensenleven?
“Om antwoord te geven op deze vraag, ga ik even te rade bij de ethicus Harry Kuitert. Hij schrijft: ‘Mensen die met kerk of geloof geen enkele band hebben, praten over God alsof het niks is. En inderdaad het is ook niks, met of zonder hoofdletter. God – en met hem de hele klassieke voorstellingswereld van het christelijk geloof – waart rond in onze cultuur als hapklaar taalbrokje en al lang niet meer als waarheid, waartoe de kerken hun leden plegen te verplichten. Geen waarheid meer. En dat is maar gelukkig ook! Want door haar waarheden zit de christelijke religie in de klem.’ Deze woorden van Kuitert hebben me uitgedaagd om de vraag te stellen wat je terugkrijgt als leerstellige waarheden zijn afgeschaft. Dus als het niet om waarheden gaat in al die voorstellingen, waar gaat het dan wel om? Kuitert besteedt er een boek aan om ‘te laten zien dat geloofsvoorstellingen van ‘verbeelding zijn’. Ook de christelijke.  Ik stond voor de uitdaging om het concept ‘verbeelding’ te laden met het mystieke wonder van de onverbreekbare verbinding tussen het menselijk bewustzijn en het universele bewustzijn, het bewustzijn van het geheim van de schepping.”

Hoe heeft u met uw ervaringen in het leven de weg afgelegd van bezieling naar spiritualiteit?
“Ik ben tot de conclusie gekomen dat de mens – met de mystieke beleving – ook het collectieve referentiekader kwijt is geraakt dat nodig is voor de ontplooiing van het geheim. Het geheim van de werkende eenheid van Schepper en schepping. Dat geheim bevindt zich in de middenkamer. Verlichte zieners, profeten en priesters, geleerden en godzoekers weten van dat geheim. De bevrijdende werkelijkheid – nu nog buiten onze taal en onze beelden – dichterbij dan we denken. Maar we zien het niet. Horen het nog niet. Voelen het niet. Het leven anders zien, anders horen, anders denken en anders doen – dat vergt anders (bewust)zijn. Ik ontdekte in het menselijk hart dat bewustzijn: het geheim van de schepping in ons en van ons in dat geheim. Dat is mystieke vroomheid in het schijnsel van onze toekomst; toekomst vanuit het licht van woordloos ervaren. Dat is zachtjes zingen van hoop en verlossing, in het dreigende duister; zingen tot ons duister lichter wordt.”

Hoe ziet uw bezieling eruit?
“Ik wil het zoeken aanmoedigen, naar nieuwe wegen voor weten en geloven. Nieuwe doortochten door de woestijn van ons leven. Werkende gemeenschappen als kerken en loges kunnen daarbij het voortouw nemen. Onderwijs in socratisch gesprek met mystiek bewogen burgers mag leiden tot bewust getuigen van het ‘Geheim’ dat mensen God noemen. Zo mogen een nieuw mensbeeld en een nieuw Godsbeeld zich in de wereld ontplooien tot een nieuw heilsbeeld en een nieuw wereldbeeld. In de hoop dat dat geconcretiseerd wordt in een nieuw spiritueel bewustzijn en een nieuw maatschappijbeeld. Zo komt een wezenlijke verandering tot stand van de spirituele verbinding tussen God, mens, kerk en maatschappij. Tussen het universele bewustzijn van de eeuwige en oneindige substantie van de eenheid van schepper en schepping, en het bewustzijn van het schepsel mens.”

De zin van het leven ligt in het ontdekken van datgene waar we als mens voor in de wieg gelegd zijn. Wat is dat in uw persoonlijke zoektocht geweest?
“Ik vroeg me af wat het verschil is tussen wanen en geloven? Wat is geloven en wat is weten in religieuze context? Weten omvat – met rede en verstand – waarneembare feitelijkheden kennen. Hans Küng schrijft in zijn boek over grote christelijke denkers: ‘Het eigene van godsdienst is een mysterieus ervaren; een bewogen worden door de wereld van het eeuwige. Bij godsdienst gaat het dus om de hemelse vonken, die ontstaan als een heilige ziel aangeraakt wordt door het oneindige. Het gaat om direct aanschouwen en voelen. Het wezen van godsdienst is noch denken, noch handelen, maar aanschouwen en gevoel. Godsdienst is een zaak van het hart. Religie is zin en gevoel voor het oneindige. Godsdienst is het verinnerlijken van het oneindige in het eindige, het verinnerlijken van het heilige in het aardse en het menselijke.’ Geloven is innerlijk bewust beleven van het heilige. Mystiek is bewust beleven van de intieme verbinding tussen ons mensen en het heilige in de schepping.”

Was er in uw maatschappelijke leven ruimte voor spiritualiteit?
“De bloei van ons spiritueel bewustzijn bevorderen, dat was altijd mijn doel. Ik zie mijn werk als het aandragen van ‘bouw-blokken’ en ‘bouw-methodes’ om te werken aan de realisatie van werkende bewustwordings- gemeenschappen. Religieuze bewustwording staat voor mij in het teken van het intuïtief beleven van ‘het mysterie’ van het bestaan. Het beleven van de verbinding van ons persoonlijk en collectief bewustzijn met het geheim van de schepping, het geheim dat mensen God noemen, dat is spiritualiteit.

Bent u naast een spiritueel ook een religieus mens?
“Zoals ik religie heb gedefinieerd, gaat het om een zaak van het hart. Over het spirituele gesproken. In onze wereld is overigens veel meer aan de hand dan de secularisatie, de verzanding van spirituele referentiekaders voor ons gedrag en de platte materialisering van ons toekomstbeeld. Onze cultuur van rationaliteit en lichamelijkheid verdringt de cultuur van emotionaliteit en spiritualiteit. Met termen uit de Chinese filosofie kunnen we stellen: Yang verdringt Yin. Rationele masculiniteit onderdrukt emotionele en spirituele femininiteit.

Zo verkilt onze bewuste identiteit en verdampen ons gevoel voor goed en kwaad. In die normvrije ruimten van onze samenleving bloeit het onkruid van materialisme, egocentrisme, extreem liberalisme, narcistisch en ongefundeerd positivisme. Dit alles is overigens niks nieuws onder de zon. En daar komt mijn definitie van religie in beeld. Bij monde van Jesaja laat onze Schepper weten dat Hij dit gedrag verafschuwt. Over macht en kwaad sprak Jesaja lang geleden immers al (Jesaja 33 vers 15 en 16): ‘Wie rechtvaardig leeft en de

waarheid spreekt, wie woekerwinst door afpersing weigert, wie aangeboden steekpenningen afwijst, wie niet wil toehoren als een moord wordt beraamd, wie niet kan aanzien hoe het kwaad geschiedt – hij zal hoog hierboven wonen, veilig in de onneembare rotsburcht; in zijn brood wordt voorzien, aan water is nooit gebrek’.”

Maar je vindt dat gedachtegoed toch in alle religies? Het gaat toch om een universeel bewustzijn?
“Ja, natuurlijk. Vraag aan een goede Rooms katholiek: ‘Waartoe bent u op aarde?’ en het geoefende antwoord luidt: ‘Om God te dienen en in het heerlijk hiernamaals te komen’. Stel de vraag aan een moslim en hij antwoordt: ‘Om de hele wereld te bekeren tot de Islam’. En een Boeddhist antwoordt: “Om zuiver te leven en daardoor in het Nirwana te komen.’ Een humanist zal antwoorden: ‘Om mens te zijn, door in het hier en nu blijvend te trachten mens te worden.’ De taoïst vat de betekenis van de Tao samen als: uit liefde en respect voor het leven in jezelf zoeken naar de bron van de innerlijke kracht.
In het boek Bronnen van het zelf onderzoekt de filosoof Charles Taylor ‘langs verschillende lijnen van onze moderne opvatting van wat het is een handelend mens, een persoon, een zelf te zijn’. Taylor komt tot de conclusie dat individualiteit en ethiek thema’s zijn die onontwarbaar met elkaar zijn vervlochten.
Hij klaagt dat de moderne moraalfilosofen zich richten op de vraag wat ‘goed handelen’ is en niet zozeer wat ‘goed zijn’ betekent. Het gaat mij erom die existentiële aspecten van het ‘mens zijn’ te verbinden met het universeel bewustzijn van het verschijnsel mens.
En dan Hans Stolp. Hij reikt in zijn boek De bijzondere tijd waarin wij leven, naar diepere lagen van ons geestelijk zijn. Hij schrijft: “Wij stellen elkaar steeds vaker existentiële vragen zoals “Wie ben ik? Waarom leef ik op aarde? Wat is mijn missie, of wat is de opdracht van mijn leven?” Wat is goed en wat is kwaad en welke betekenissen hebben die fenomenen? Deze vragen zijn opvallend, omdat ze niet uit ons gewone ratio voortkomen – we bedenken ze niet – maar ze komen uit diepere lagen van onze ziel. Steeds komen ze weer terug. Ze komen uit het hogere deel van het ik. Dat wordt meestal het geestelijke ‘zelf’ genoemd. Het is onze geestelijke kern, dat wat we in diepste wezen zijn. Ons geestelijke ‘zelf’ stamt uit de goddelijke wereld en maakt deel daarvan uit…. Ook wel de druppel uit de zee van het Goddelijke genoemd, de Godsvonk of het hogere Ik. Het leeft in de diepte van onze ziel, onbewust van het alledaagse, aardse bewustzijn.”

Dit artikel is overgenomen uit het magazine Vrijmetselarij
Klik op de illustratie van het boek voor meer informatie.

 

 

mediteren met lao zi figuur

Recensie: Mediteren met Lao Zi

Twee korte geschriften van meester Lao Zi zijn nu voor het eerst in het Nederlands beschikbaar. De eerste
tekst Qing Jing Jing (drie delen, in totaal twintig verzen) handelt over de essentie van de Dao, verkrijgen van
inzicht daarin door (aanwijzingen voor) meditatie, en de redenen die van de Dao afhouden, namelijk
begeerte en verlangen. De tweede tekst Nei Riyong Jing (drie delen, in totaal zestien verzen) bevat
richtlijnen, praktische aanwijzingen voor meditatie met betrekking tot zitten in meditatie, voeding, juiste
(geestes) houding en ademhaling, waarbij veel aandacht is voor Qi, levensenergie. De teksten als geheel
alsmede de delen worden ingeleid met toelichtingen. Ieder vers staat apart op een rechter pagina; op de
linker pagina ertegenover staat een toelichting en uitleg daarop waarbij verbindingen naar andere
(overeenkomstige) teksten uit de taoïstische en zenboeddhistische traditie worden gelegd. Fraaie aquarel
illustraties in zwart/grijs/wit-tinten. Bevat voor- en nawoord alsmede uitvoerige literatuuropgave. Deze
ver/hertaling kan behulpzaam zijn voor mensen die zich willen verdiepen in meditatie. Lastige materie,
vereist voorkennis.

vertaling en toelichting door Wuwen Zi ; Ben Zondervan. – Kampen : Van Warven, [2019]. – 138 pagina’s : illustraties ; 22 cm.

Recensent: Drs. J.A.M. Hendriks

Luisteren bij maanlicht cover gijsbertsen

Recensie Luisteren bij maanlicht

Boekrecensie door: Evert Pieter van der Veen

HET WOORD AAN HET WOORD

De auteur, predikant in de PKN, is een ware ‘schriftgeleerde’ die de kunst verstaat én de kennis bezit om de bijbel te laten spreken.
Hij volgt in dit boek het zonnejaar en begint bij Pasen en vervolgens komen kerkelijke perioden en feestdagen ter sprake. De duidelijk aanwezige achtergrond is het Joodse maanjaar. Het boek is verdeeld in negen perioden die in korte inleidingen steeds worden getypeerd.

De lezer voelt zijn persoonlijke betrokkenheid: deze waarheid lééft voor hem. De uitleg is helder en heeft tegelijk ook diepgang. Hij heeft kennis van de literatuur en citeert gedichten. Naast verbanden met de Joodse bijbel en het Joodse denken, weet hij verhalen zó uit te leggen dat ze voor ons tot leven komen en van betekenis zijn.

Prachtig is de verwijzing naar een tv programma waarin iemand die zonder ogen is geboren, wordt geinterviewd. ‘Wie is nu eigenlijk gehandicapt?’ vraagt hij zich af.
Zijn typering van Noomi doet haar tekort: hij heeft te weinig begrip voor haar na de drie verliezen die zij heeft geleden. Mág zij bitter zijn?

Een boek met een rijke inhoud waar de lezer veel wijzer van kan worden!

Bart Gijsbertsen: Luisteren bij maanlicht
Een gang door het kerkelijk jaar met een oor naar de synagoge
Van Warven Kampen, 278 pag. € 17.95

Evert Pieter van der Veen : Pastor Protestantse Kerk lid Sprekersplatform uitvaartspreker auteur poëzie/muziek lid Vereniging Geestelijk Verzorgers

het boek hermus cover_groot

Adriaan Noordergraaf schrijft spirituele roman

Adriaan Noordergraaf schrijft spirituele roman

Adriaan Noordergraaf schrijft zijn hele leven al liedjes en teksten. In 2005 kwam een kinderboek van hem uit. Zijn allereerste roman, Het Boek Hermus met als ondertitel De code van Judus Iskarioth, verscheen op 12 oktober.
‘Vijf jaar heb ik gedaan over het schrijven van Het Boek Hermus,’ vertelt Adriaan in zijn werkkamer in zijn woning aan de rand van Oldemarkt. Hier is hij in zijn element. Tegen de wand staat een boekenkast vol met naslagwerken en boven zijn bureau hangt een moodboardt verhaallijnen.
Over de inhoud van zijn eerste roman zegt hij: ‘Het boek Hermus is een spannend en geheimzinnig verhaal over theologiestudente Mirjam Hermus, die allerlei Bijbelse figuren tegenkomt. Ze zijn heel anders dan ze eerst dacht.’ Judas Iskariot, de discipel die Jezus verraadde, speelt daarin een belangrijke rol. Zijn naam verwerkte de schrijver daarom in de ondertitel.
Adriaan wil met zijn boek een statement maken tegen dat ‘grondpersoneel van God dat de Bijbel letterlijk neemt en te gefocust is op de eigen kerk en dogma’s.’ De schrijver is zich ervan bewust dat het boek voor confessionele gelovigen confronterend kan zijn. ‘Ik schop hiermee denk ik wel eens tegen heilige huisjes aan.’
Op de cover van het boek prijkt een dolk, die de Romeinse overheersing symboliseert in de tijd dat Jezus leefde.
Adriaan schreef het boek vanuit het perspectief van de 25-jarige Mirjam. ‘Ik heb eerst een karakterschets gemaakt en omdat ik een levendige fantasie heb, kon ik me wel in haar verplaatsen,’ legt hij uit. Het schrijven vond hij ‘vreselijk leuk’ om te doen. ‘Ik schiep mijn eigen wereld en kon aan niets anders denken. Je kunt als schrijver een klein beetje God zijn, mensen creëren en hen van alles laten doen.’

Door Hilda Knol. Meppelercourant